zondag 27 november 2016

C'est l'heure du face à face. 
Poëzie met Charles Ducal en Leen Pil op 13-12-2016 in De Boog, Antwerpen


vrijdag 18 november 2016

Deus ex Machina : Ontmoeting met de Hamburgse dichter Marie-Alice Schultz 

Gisteren na de voorstelling van het themanummer 'Hamburg' in de Hanse-Office in Brussel heb ik een interessant gesprek gehad met Marie-Alice Schultz, een van de auteurs van het Forum Hamburger Autoren und Autorinnen. Van haar en van Jonis Hartmann heb ik enkele gedichten voor het themanummer vertaald. 



















dinsdag 25 oktober 2016

Gedicht 'Weg' bij De Vallei


Gerard  Scharn, Pieter Sierdsma, Begga Mariën, Leen Pil en Dianne Soli lieten zich inspireren door de werken van Jeroen Baeken.








zondag 23 oktober 2016

zaterdag 22 oktober 2016

Het is tijd om te denken en te hongeren

Voor het jaarlijkse Verse Taal lieten Giuseppe Minervini, Jens Meijen, Loren Brouwers, Marjolijn van de Gender, Bart Smout en Leen Pil zich inspireren door de socialemediakanalen van drie gewone mensen zoals jij en ik. Hun teksten droegen zij voor tijdens de twee avonden in Tilburg en Brussel. Hieronder zijn alle verhalen nog eens terug te lezen.

Hier kan je mijn zes gedichten lezen:
http://www.tilt.nu/etalage/119-2016-10-20-09-07-17





dinsdag 18 oktober 2016

Deus ex Machina - NR 158  Hamburg


Het themanummer stelt een tiental auteurs van het Forum Hamburger Autorinnen und Autoren voor. De meesten van hen verschijnen voor het eerst in Nederlandse vertaling. 
Ik heb de kans gekregen enkele van hun gedachten te vertalen. 


Sich in einer Stadt nicht zurechtfinden heißt nicht viel. In einer Stadt sich aber zu verirren, wie man in einem Walde sich verirrt, braucht Schulung. (Walter Benjamin)




‘Hamburg is overdag een grote rekenkamer en ’s nachts een groot bordeel’, schreef de twintigjarige Heinrich Heine begin negentiende eeuw. Tegenover zijn vriend Christian Sehte klaagde hij erover dat er in Hamburg ‘niet het minste gevoel voor poëzie te vinden is’. Nochtans voelde een van Duitslands grootste dichters zich best op zijn gemak in de Hanzestad, te midden van de rijkdom van zijn oom Salomon Heine en de bekoorlijkheid van de Hamburgse vrouwen. In totaal zou Heine, gespreid over verschillende periodes, zes jaar in Hamburg verblijven. Hij zou er met wisselend succes bij zijn rijke oom een opleiding tot koopman volgen, zijn eerste stappen in de literaire wereld zetten, zijn uitgever Julius Campe ontmoeten en zijn eerste grote liefdes consumeren. Op die manier groeide Hamburg uit tot een van de belangrijkste topoi in zijn bewogen schrijversbestaan, naast zijn geboortestad Düsseldorf, Berlijn en Parijs .
Heine is niet de enige die Hamburg op cultureel vlak niet al te hoog inschat. In tegenstelling tot andere voormalige stadsstaten als Athene, Firenze en Venetië, heeft Hamburg altijd de reputatie van Stadt ohne Kultur gehad. Terwijl in Duitsland sinds de val van de Muur alle wegen meer dan ooit naar Berlijn leiden, terwijl Leipzig in de schaduw van de hoofdstad zich als meest hippe stad van Duitsland probeert te profileren en München als vanouds over het katholieke zuiden heerst, wordt Duitslands tweede grootste stad nog steeds in de eerste plaats met de haven en de Reeperbahn geassocieerd. Cultuur en literatuur komen daarbij steevast op de tweede plaats.

Nochtans valt het bij nader inzien nogal mee met die culturele woestenij. Een rondje ‘namen noemen’ levert – alleen al op het vlak van de literatuur – een tamelijk indrukwekkend lijstje op. Matthias Claudius, Friedrich Klopstock, Gotthold Ephraim Lessing, Hubert Fichte, Hans Henny Jahnn, Klaus Mann, Hans Erich Nossack, Arno Schmidt, Siegfried Lenz, Wolfgang Borchert en Uwe Timm zijn maar enkele namen van (gecanoniseerde) schrijvers die onlosmakelijk met Hamburg verbonden zijn.  En de opvolging is verzekerd, zo zal blijken uit dit nummer.

Genoeg reden, vonden wij van Deus ex Machina, om – twee jaar na ons Berlijnnummer en met het Nederlands-Vlaamse gastlandschap tijdens de Frankfurter Buchmesse in het achterhoofd – te focussen op Duitslands meest noordelijke én cultureel meest onderschatte metropool. In het spoor van Samuel Beckett, die Hamburg tijdens zijn Bildungsreise in 1936 bezocht, leidt Roswitha Quadflieg ons rond in een stad die amper zeven jaar later met een van de zwaarste bombardementen van de twintigste eeuw kreeg af te rekenen en voor meer dan 70% werd verwoest. Max Moragie geeft ons via leven en werk van Hans Erich Nossack een inkijk in operatie Gomorrha en haar vernietigende gevolgen. In zijn kortverhaal ‘De drieëntwintigste juli’ toont cultauteur Hubert Fichte hoe de totale ondergang eruitziet vanuit het perspectief van een kind. Georges-Arthur Goldschmidt verliet Hamburg eind jaren dertig en keerde na de oorlog als Frans staatsburger naar zijn geboortestad terug. Joëlle Feijen vertaalde een fragment uit zijn memoires. Wim Michiel verkende de Reeperbahn en Sankt Pauli, ging op zoek naar The Beatles en de punkscene en las Heinz Strunks Der goldene Handschuh en Benjamin von Stuckrad-Barres Panikherz. Van beide in 2016 gepubliceerde romans kan u een fragment lezen in dit nummer. Schrijfster Birsen Taspinar focust op de ‘diaspora-identiteit’ in het werk van filmregisseur Fatih Akin, Hamburgs bekendste filmregisseur. In ‘Min Modersprak’ wordt dan weer nagegaan hoe het gesteld is met de Nederduitse literatuur. Het beeldmateriaal wordt verzorgd door dichteres Ayna Steigerwald, fotografe Marcia Breuer en tekenares Kyung-Hwa Choi-Ahoi. Van deze laatste werden ook enkele dagboekfragmenten opgenomen.

En last but not least stellen we met enige trots een tiental auteurs van het Forum Hamburger Autorinnen und Autoren voor. De meesten van hen verschijnen voor het eerst in Nederlandse vertaling. Bedoeling is dat we ook in de toekomst met das Forum zullen samenwerken.

Naast het themagedeelte vindt u poëzie van Arne Joosen, Alexander Baneman, J.V. Neylen en Merel van Slobbe. Verder vertaalde Stella Linn een kortverhaal van Jean-Noël Blanc en debuteert Annemie De Wolf met enkele korte schetsen.


Optreden op Rijpe Vruchten in de Nieuwe Vrede, Berchem/Antwerpen op 25-10-2016


VERSGEPLUKTE LETTEREN UIT DE BOOMGAARD VAN SCHRIJVERSACADEMIE


Rijpe vruchten n°6 – 25 oktober 2016, i.s.m. De Nieuwe Vrede

In een nieuwe reeks literaire avonden krijg je de vruchten uit de schrijfopleiding SchrijversAcademie voorgeschoteld.
Op 25 oktober start in de Nieuwe Vrede te Berchem onze zesde editie. Kom en ontdek het werk die avond van studenten Leen Pil, Karin Gevers, Jan Berghs, Anton Steen en docent Bart Koubaa.

Foto: Bart Koubaa door Koen Broos

Bart Koubaa studeerde Arabisch en fotografie. Eind 2000 debuteerde hij met zijn roman Vuur, die bekroond werd met de Vlaamse Debuutprijs. Daarna verschenen de romans Lucht (2005) en Het gebied van Nevski, die genomineerd werd voor de BGN Literatuurprijs. Zijn laatste roman, Een goede vriend, is  een opmerkelijk boek waarin het gaat over liefde en verlies. Wanneer zijn onze overleden geliefden er echt  niet meer? Bart Koubaa zoekt naar een antwoord.


Muzikale omlijsting: studenten van de Academie Muziek en Woord begeleiden de lezingen op piano


PRIJS: Gratis

LOCATIE: De Nieuwe Vrede